Opkomende markten zijn weer in

De beleggers hebben hun schroom ten aanzien van beleggen in de opkomende landen weer van zich afgeworpen.

Vanaf de aanvang van het jaar was veel geld teruggetrokken, voornamelijk als gevolg van de vrees voor de effecten van de inflatie op de economische groei en op de koersen van aandelen en obligaties. Maar vanaf eind maart is volgens onderzoeksbureau EPFR de kapitaaluitstroom uit de opkomende markten gedraaid naar een -instroom, zij het dat de bedragen niet groot zijn. De 'opkomende markten aandelenfondsen' kenden namelijk voor de vijfde achtereenvolgende week een instroom.

Ditmaal bedroeg die $1,8 mrd. De uitstroom in heel 2011 is volgens EPFR nu per saldo nog $7,4 mrd. Voor de Latijnsamerikaanse fondsen bracht de afgelopen week de eerste week van instroom sinds midden januari, voor de Oosteuropese de zesde week. In Latijns Amerika blijven er twijfels rond Brazilië, met voortdurende uitstroom. In Oost-Europa excelleert Rusland met een langdurige instroom; die bedraagt in 2011 inmiddels $4,5 mrd. Chinese aandelenfondsen zagen hun instroom voor de vijfde achtereenvolgende week toenemen.

Uit de cijfers blijkt dat de twijfel over de economische situatie in Brazilië nog steeds aanwezig is. Dat is terecht, want de inflatie blijft er toenemen (tot boven 6%). Dat lokt overheidsmaatregelen uit die een risico vormen voor de belegger, zoals belastingen op beleggingsgelden. Vorige week nog werd een belasting van 6% ingevoerd op buitenlandse leningen in een poging de koersstijging van de real en het toenemende tekort op de lopende rekening te verminderen.

De economische problemen van Rusland zijn kleiner: het land kent een overschot op de lopende rekening door de brandstofinkomsten en de inflatie is er met ruim 4% lager. Het overschot ondersteunt de koers van de roebel. Die is in 2011 bijna 10% gestegen tegenover de Amerikaanse dollar.

De populariteit van China is onverwachts, want de economische situatie kent er enige onzekerheden. Er is weliswaar een overschot op de lopende rekening, maar de inflatie blijft toenemen (tot nu 5,5%). Daarbij dient te worden aangetekend dat de Chinese cijfers onbetrouwbaar zijn en de inflatie hoger kan zijn. Toch spreekt uit de beleggingen vertrouwen bij de belegger.

De Chinese leiding doet inderdaad veel moeite om de prijsstijgingen van de primaire levensbehoeften beter onder controle te krijgen, variërend van verboden op prijsverhogingen voor bedrijven tot het zelf oprichten van winkels waar voedsel tegen subsidieprijzen kan worden gekocht. Er zijn zelfs geruchten dat de koers van de yuan losser zal worden gelaten: een duurdere yuan leidt tot lagere importprijzen. Maar de recent koersstijging van de yuan kan ook zijn toegestaan in de aanloop naar een politieke top tussen China en de VS dat immers de grootste criticaster van de Chinese koersbeschermende maatregelen is.

De instroom van beleggingen in Rusland en China heeft de belegger qua aandelenkoersvorming tot nu toe weinig opgeleverd. De Russische MICEX index staat sinds midden januari na een stijging weer op hetzelfde peil en de Chinese Shanghai Composite index in de laatste vijf weken na een opleving zelfs gedaald. Dat is overigens wel circa 4% boven de beginstand van 2011. De Braziliaanse Bovespa-index, ten slotte, beweegt op een niveau - sinds eind februari rond de 6700 liggend - dat beneden de 7000 van het begin van het jaar ligt.

De factoren die deze indexen bepalen zijn moeilijk te peilen. Dat maakt de risico's van beleggen in verre landen groter dan in eigen land. Maar de economische groeimogelijkheden zijn er dusdanig groot dat  het voor een belegger toch verstandig is om in een gespreide portefeuille een deel van zijn beleggingsgeld via 'opkomende markten aandelenfondsen' te  beleggen zoals die in Beleggers Belangen worden becommentarieerd.

Nu in het blad

thumb shade
Verder: opinie, analyses en meer
Nu proberen

LEES OOK

Maximum overweight voor opkomende markten

Profiteren van 'opkomende consument'

Puzzelen met economieën