Voor de vurige euro-voorstanders zijn de nieuwe afspraken bij lange na niet voldoende, maar ze gaan in ieder geval in de juiste richting. Europa heeft laten zien bereid te zijn de euro te verdedigen.
De tegenstanders van de euro hebben echter ook genoeg redenen om te juichen. De afspraken zijn te vrijblijvend, wat in Europa bijna garantie is dat er niet veel zal veranderen. Bovendien doen de afspraken heel weinig tot niets aan het echte, structurele, probleem van de euro.
Eurocrisis niet bezworen
De enige structurele oplossing is namelijk dat de huidige
probleemlanden concurrerender worden, zodat ze op eigen kracht uit
de problemen kunnen komen. 'Concurrerender worden' betekent onder
meer flink het mes inzetten in de alles behalve flexibele
arbeidsmarkten, overheidsuitgaven verminderen, de rol van diezelfde
overheden in de economie reduceren en zowel de overheid als
bedrijven in die landen efficiënter te laten worden.
Zowel de pro-euro aanhangers als de voorstanders van de terugkeer van de gulden en de mark kunnen dus blij zijn met het akkoord. Dat betekent dat de eurocrisis voorlopig een fact of life op de beurzen zal blijven. Grote kans dus dat de volatiliteit van de koers van de euro toe zal nemen.
Volatiliteit heeft veel nadelen voor belegger, niet in de laatste plaats omdat die het lastiger iets te zeggen over de invloed van de wisselkoersen op de winsten van de Europese multinationals. Natuurlijk, die kunnen dat risico (deels) uitschakelen door het valutarisico af te dekken, maar dankzij de toegenomen volatiliteit wordt die toch al dure grap, nog duurder.
Rekening wordt zichtbaar
Behalve beleggers hebben ook landen zoals Nederland,
Finland en Duitsland genoeg redenen bezorgd te zijn. Het akkoord
komt erop neer dat de probleemlanden van de eurozone rustiger
kunnen slapen. Het is duidelijk dat de kans dat ze in acute
financiële problemen komen dit, volgend en de komende jaren,
aanzienlijk is afgenomen dankzij de hulp van de andere
eurolanden.
Wat echter ook duidelijk is, is dat de rekening voor de sterke eurolanden niet alleen hoger maar ook voelbaar wordt, zonder dat er meer zekerheid is dat daardoor de euro voorgoed is gered.
Tot nu toe hoefden de genoemde landen alleen maar garanties af te geven. Pas als een euroland gered moest worden, moesten ze geld overmaken. Zij kregen in ruil echter een hogere rente terug. Dat gaat nu ingrijpend veranderen.
Bijstorten aub
Voor het permanente noodfonds moet er vooraf geld gestort
worden. De Nederlandse bijdrage is 4,5 miljard euro. Omdat dat geld
in het potje blijft en niet meteen uitgeleend wordt, levert het ook
haast niets op. Maar omdat Nederland dat geld zelf niet heeft maar
moet lenen, loopt de renteklok wel vanaf dag een door. Bij een
rente van 2 procent per jaar betekent dat tientallen miljoen euro,
elk jaar weer, aan de extra renteuitgaven voor de Nederlandse
Staat.
Daardoor kan het anti-euro sentiment onder de Europeanen de komende tijd alleen maar groter worden, waardoor het voor de Europese leiders nog moeilijker wordt in de toekomst maatregelen te nemen die de euro een lang leven wel zouden garanderen.
Is de euro gered in maart 2011? Nee.
Edin Mujagic is monetair- en macro-econoom econoom, publicist en promovendus aan de Universiteit van Tilburg. Hij is de auteur van het boek 'Tien jaar euro: biografie van een jonge wereldmunt' dat vorig jaar is verschenen en van Het Inflatiespook, dat begin oktober is uitgekomen.



