Een beursintroductie houdt in dat de aandelen voortaan via effectenbeurzen aan externe beleggers worden verkocht. Een beursgang is mogelijk een doel, maar geen absoluut vereiste. Het besluit om wel of niet naar de beurs te gaan, hangt af van de voor- en nadelen die bij dit proces horen. Een beursintroductie verschaft bedrijven toegang tot de kapitaalmarkt waardoor zij makkelijker hun groei kunnen financieren. Of zoals bij de uitgestelde beursgang van afvalverwerker Van Gansewinkel om hun schulden terug te brengen. Het opent ook de weg naar fusies of de overname van concurrenten en het vergroot bovendien de naamsbekendheid van de onderneming.
Naast voordelen kleven aan een beursgang ook nadelen. Een notering betekent impliciet voor alle betrokken partijen een hogere werkdruk. Daarnaast is een beursintroductie peperduur en moeten beursgenoteerde bedrijven ook tal van administratieve en boekhoudkundige formaliteiten vervullen. Bovendien raken de oprichters, de aandeelhouders van het eerste uur, kindloos. Stonden zij eerst zelf aan het roer, zetten zij de grote lijnen uit en namen zij zelf de beslissingen. Die tijd is na een beursgang echt voorbij. Het kindje is nu van iedereen en moeten zij een balans zien te vinden tussen het bestieren van de winkel en het verleiden van het publiek.
Het initieel rendement ten spijt, de kans op langdurige koersstijgingen is bij beursnieuwelingen gering. In de nadagen van de introductie maken zij spectaculaire koerssprongen waar speculanten graag op inspelen. Flippen, jargon voor het inschrijven en ultrasnel verkopen van de toegewezen stukken, is dus een interessante strategie - ook bij Aperam wiens koers tijdens de tweede beurssessie op 32,20 euro piekte. In de praktijk wordt het flippen door banken ontmoedigt doordat zij beleggers vrij laat op de hoogte brengen van het aantal toegekende aandelen.
Gegadigden die tijdens de inschrijvingsprocedure geen stukken kregen toebeeld, wachten best drie maanden vooraleer zij besluiten om de aandelen alsnog te kopen. Zo vermijdt u valse stijgers. Beursnieuwelingen die drie maanden na de introductie de markt outperformen wanneer die zelf minimaal tien procent gestegen is, zien in de daaropvolgende twaalf maanden hun koers twee keer sneller stijgen dan het beursgemiddelde, terwijl de minder fortuinlijke nieuwkomers meestal blijven teleurstellen.

Tekst: Ivan Snurer, 24 maart 2011
www.quantalytica.com



