Het eerste probleem betreft de schuldpositie van regio's als
Catalonië en Andalusië. In vijf jaar tijd is hun schuld verdubbeld
naar ruim €100 mrd. De schuld van de centrale regering bedraagt
circa €550 mrd. De financiële markten hebben in 2010 oog gekregen
voor die regionale tekorten. Na de dagen van Franco (dus vanaf de
jaren zeventig) hebben de regio's een grote autonomie. Maar de
toegenomen schulden hebben eind 2010 geleid tot maatregelen van de
nationale regering, waarbij voor de regio's toestemming nodig is
voor het uitgeven van schuld. Premier José Luis Rodriguez Zapatero
heeft ook gedreigd met strafmaatregelen als een regio de regels
overtreedt. Overigens hebben ook steden als Madrid grote schulden
opgebouwd.
Het tweede probleem wordt gevormd door de Spaanse spaarbanken. Die
hebben op grote schaal leningen verstrekt met vastgoed als
onderpand. Door de Spaanse huizencrisis is dit onderpand
onvoldoende gebleken en dreigden bankroets. Als antwoord op dit
probleem hebben de Spaanse monetaire autoriteiten de spaarbanken
gedwongen om te fuseren. Van de 45 spaarbanken zijn er 17 over
gebleven. Die is €15 mld aan vermogenssteun gegeven. Die steun
dient volgens veel analisten te worden aangevuld om de spaarbanken
solvabel genoeg te maken. Bedragen die daarbij circuleren, variëren
van enkele tientallen miljarden euro's tot circa €100 mrd.
Mochten zij gelijk krijgen dan komt de Spaanse regering in de
schuldproblemen. Of beter, dan zal de herfinanciering van de
staatsschuld duur gaan uitvallen. Die regering ontkent dan ook dat
het probleem die proporties heeft. De Spaanse minister van
Financiën Elena Salgado meldde afgelopen week dat de banken veel
minder dan €30 mrd aan extra kapitaal nodig zouden hebben. Zij
verwacht dat dit zal blijken uit de cijfers die zij eind januari
moeten publiceren over hun financiële situatie waaruit ook zou
blijken hoe het vastgoedonderpand op hun balans is
gewaardeerd.
Het derde en vierde probleem betreffen het beleid van de
staatsregering zelf. Zij moet haar eigen begrotingstekort
terugbrengen (9,3% in 2010) en tevens maatregelen nemen om de
concurrentiepositie van Spanje te verbeteren. De regering heeft
onlangs privatiseringsmaatregelen genomen die op termijn het
overheidstekort moeten verminderen. Voorts probeert zij de
arbeidsmarkt beter te laten functioneren en de bedrijvigheid
te stimuleren. Dit zou hogere economische groei moeten
bewerkstelligen en lagere werkloosheid, wat overigens ook zou
leiden tot hogere belastinginkomsten.
De effectiviteit van de genomen maatregelen moet nog blijken.
Kunnen de regio's en de spaarbanken in het gareel worden gebracht
en slaagt de overheid in eigen schuldbeperking? Eind januari weten
de financiële markten wat meer. Dan hebben de spaarbanken hun
financiële gegevens bekend gemaakt. Rond die tijd komt de regering
ook met een hervormingsvoorstel voor de pensioenen. De
pensioenleeftijd zal volgens het voorstel waarschijnlijk in fasen
omhoog gaan naar 67 jaar, wat zowel een verlichting voor het
bedrijfsleven als de staat zal betekenen, maar wat ook op weerstand
bij de Spanjaarden zal stuiten. De vastberadenheid van de regering
bij het oplossen van de Spaanse problemen moet dan blijken. De tijd
zal leren of het vertrouwen van de financiële markten inzake Spanje
na de openbaarmaking van de cijfers en de pensioenmaatregel groot
genoeg is om te voorkomen dat de EU extra steunmaatregelen moet
nemen om Spanje te helpen.



