Na de twee turbulente beleggingsjaren 2008 en 2009 was 2010 een relatief veel rustiger jaar. De volatiliteit liep vanaf mei vorig jaar gestaag terug en bereikte, afhankelijk van hoe je de beweeglijkheid meet, zelfs meerjarige diepterecords. Uiteindelijk sloten we het jaar positief af, (bijna) alle beleggingscategorieën gingen per saldo (iets) omhoog.
Gisteren zijn de eerste vijf lessen van 2010 al beschreven. We hebben stil gestaan bij de voordelen van spreiding, het fenomeen dat markten in cycli bewegen en het principe dat we niet tegen de centrale bankiers in moeten beleggen. Tevens hebben we in 2010 geconstateerd dat crashes nog altijd bestaan (al werd deze gelukkig heel snel gecorrigeerd) en dat interesse voor beleggen in Nederland gewoon de AEX volgt. Vandaag de andere vijf lessen.
6. Houdt vast aan een langetermijndoel / ontwikkel een bredere visie
Wie niet sterk op zijn benen staat, wordt in de financiële wereld makkelijk weggevaagd. Ontwikkel daarom een goede visie en formuleer een langetermijndoelstelling. Hoe denkt u over de financiële markten in het algemeen, wat verwacht u de komende jaren in het bijzonder en wat wilt u als belegger bereiken? Wie dat niet doet, wordt als een kip zonder kop geslacht.
In 2010 hadden niet-standvastige beleggers het erg zwaar. De crisis rond de euro, de overheidstekorten, het pensioen, je zou als belegger je ogen gemakkelijk kunnen sluiten voor de kansen die er altijd zijn. Vaak worden we bang gemaakt door allerlei doemdenkers en onheilsprofeten. De dubbele dip zou er in 2010 komen, weet u nog?
In meer dan 95% van de gevallen krijgen onheilsprofeten geen gelijk, of hoogstens tijdelijk. De bekende belegger Peter Lynch zegt dat er altijd en overal zorgen zijn. We hebben echter oorlogen, diepe depressies, moordaanslagen op presidenten, terrorisme met het zwaarste geschut allemaal overleefd. De wereld gaat niet verloren. Beleggen doe je ook voor de lange termijn. Laat je daarbij niet door de krantenkoppen, die meestal de aandacht op het negatieve vestigen, beïnvloeden.
7. Banken blijven niet te vertrouwen
Met afgrijzen heb ik in 2010 geconstateerd dat de grote zakenbanken weer doodleuk hoge bonussen hebben uitgekeerd. In The City werd in 2010 zelfs een bonusrecord verbroken. Bankiers hebben iedere realiteitszin verloren. Ze zijn gered door de belastingbetaler, ze verdienen zwaar over de ruggen van de consumenten door een veel te hoge rentemarge (de hypotheekrente is bijvoorbeeld veel hoger dan de rente waarvoor de banken geld kunnen aantrekken) en nog kennen ze geen bescheidenheid.
Een bekend gezegde luidt dat banken je een paraplu geven als de zon schijnt en deze weer afpakken als het regent. Mijn devies is zo min mogelijk zaken te doen met banken. Als u spaart, spekt u daarmee de kas van de bank en faciliteert u daarmee de schandalig hoge bonussen van de bankiers. Daar doet u toch niet aan mee? Er zijn momenteel genoeg goede bedrijven waarin u kunt beleggen, waarschijnlijk met een hoger rendement dan de rente op de spaarrekening.
8. De 'liquidity trap' is er nog steeds, maar wordt gemakshalve vergeten
Het jaar 2010 was, zoals gezegd, het jaar van de consolidatie. Aan het eind van vorig jaar werd de in 2009 ingezette opwaartse trend in aandelen weer opgepakt. Maar niet alle beleggingen rendeerden. De belangrijkste achterblijvers waren illiquide beleggingen. Niet-beursgenoteerd vastgoed (uw huis bijvoorbeeld), private equity, 'asset-back-lending' en dergelijke hadden het nog steeds zwaar.
Hedgefondsenindices hebben over 2010 positieve rendementen laten zien. Dit is echter niet het hele verhaal. Beleggers die vastzitten in voorlopig voor verkoop gesloten illiquide beleggingen (in vakjargon: 'side pockets') hebben weinig tot geen rendement. Dit wordt buiten de ontwikkeling van indices gehouden. Vaak wordt maar het halve verhaal verteld, zo ook door de hedgefondsenindustrie in 2010.
Dat illiquide beleggingen in 2010 niet rendeerden, komt door wat we ook wel noemen de 'liquidity trap'. Er zijn geen kopers, omdat mensen met geld bij de eerste tekenen van herstel van de economie de meest liquide en cyclische aandelen oppakken. Pas als alles weer hosanna is, zie je de aandacht weer naar illiquide vormen van beleggen gaan. Eind 2010 is hier een voorzichtig herstel opgetreden, maar het is nog te vroeg om een definitieve doorbraak aan te kondigen.
9. Geen rendement zonder risico
In het jaar 2010 hebben obligaties bovengemiddelde aandacht gekregen in de media. In de loop van het jaar kregen beleggers steeds minder vertrouwen in ze. De markt voor obligaties viel een paar keer helemaal stil. De eventuele funeste gevolgen van een liquidity trap voor obligaties werden ternauwernood voorkomen doordat monetaire overheden massaal obligaties opkochten.
Obligatiebeleggers hebben door een meer dan twintig jaar durende bullmarkt op een roze wolk geleefd. Dat kwam door de per saldo almaar dalende rente en steeds betere economische omstandigheden. Obligaties werden altijd gezien als 'risicovrij rendement', maar nu zitten we op het punt dat we zo weinig rendement krijgen voor obligaties, dat we moeten spreken van een 'rendementsvrij risico'.
Defensieve beleggers moeten hun aandacht gaan verleggen van obligaties naar andere vormen van beleggen die meer opleveren, zo was de boodschap die - vanuit het oogpunt van een belegger - in 2010 steeds duidelijker werd. Converteerbare obligaties en aandelen worden daarbij genoemd als alternatief. Het probleem hierbij is dat de toezichthouders, zoals DNB, grote institutionele beleggers welhaast dwingen in obligaties te beleggen. Zo zitten de risicomodellen in elkaar.
Maar wie bepaalt eigenlijk wat risico is? En hoe we meten dat? Als we iets geleerd hebben de laatste jaren, dan het is het wel dat risico een veelkoppige draak is, die zich niet laat temmen in een model. Ik ben in 2010 steeds meer bevreesd geraakt door de maatschappelijke tendensen alles maar in risicomodellen te willen stoppen, in de hoop ieder risico uit te bannen. We lopen zo de kans ondernemingszin en toekomstig rendement de nek om te draaien.
10. Discussie passief of actief beleggen leverde geen winnaars en is eigenlijk onzinnig
Vermakelijk heb ik in 2010 de vele discussies over passief en actief beleggen gevolgd. Blijkbaar was er in de media dringend behoefte aan papiervulling. Passief beleggen bestaat echter niet (behalve dan in de zin van iets kopen en vasthouden en waarschijnlijk vroeg of laat financieel naar de slachtbank gaan).
De belangrijkste bronnen van rendement zijn namelijk strategische en tactische assetallocatie - bij de meeste beleggers zwaar onderbelichte processen -, die heel wat actieve beslissingen vereisen. Zelfs het moment om te beginnen met beleggen - actief of passief maakt niet uit - is een actieve beslissing. En nog iets anders: passief beleggen bestaat bij de gratie dat er actieve beleggers zijn en vice versa.
Oké, pas als je besloten hebt dat het verstandig is nu in bijvoorbeeld aandelen te gaan, kun je jezelf de vraag stellen of je dat passief doet of niet. Als je overigens besluit in bijvoorbeeld aandelen te beleggen, moet je jezelf de vraag stellen welke index je gaat volgen (de keuze voor de index is namelijk ook een heel belangrijke). Oeps, weer een actieve beslissing! En als je de vraag van de index beantwoord hebt, is de vraag door welke beheerder je die index laat volgen. Oeps, weer een actieve beslissing!
De hele discussie over passief en actief beleggen vertroebelde in 2010 de essenties van beleggen, namelijk strategische, tactische assetallocatie, spreiding, timing, keuze van beheerder en dergelijke. Laten we in 2011 de strijdbijl begraven en beleggers bij deze veel belangrijkere beslissingen helpen.
Harry Geels is directeur Research en partner bij INMAXXA in Naarden. Daarnaast is hij uitvoerend hoofdredacteur van Technische en Kwantitatieve Analyse (TKA). De informatie in deze opinie is niet bedoeld als individueel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. De standpunten en vooruitzichten van Geels geven zijn mening weer in zijn hoedanigheid als directeur Research.



