Na de twee turbulente beleggingsjaren 2008 en 2009, was 2010 een relatief veel rustiger jaar. De volatiliteit liep vanaf mei vorig jaar gestaag terug en bereikte, afhankelijk van hoe je de beweeglijkheid meet, zelfs meerjarige diepterecords. Uiteindelijk sloten we het jaar positief af, (bijna) alle beleggingscategorieën gingen per saldo (iets) omhoog.
Laten we de tien belangrijkste beleggingslessen op een rijtje zetten, vandaag de eerste vijf, morgen de andere vijf.
1. Spreiding werkt
Deze les zouden we eigenlijk ieder jaar moeten herhalen. Spreiding is de basis van de portefeuilletheorie en blijkt keer op keer te werken. Oké, het ene jaar beter dan het andere, maar spreiding heeft bijna altijd voordelen, mits we natuurlijk willen denken in termen van rendement én risico. Ook in 2010 heeft het gewerkt.
In mei vorig jaar, toen de crisis rond de euro losbarstte en de AEX hard onderuit ging, lieten goed gespreide portefeuilles, waarbij ook internationaal wordt belegd, bijna geen veer. De beleggingen in dollars, valuta's van de opkomende markten en dergelijke werden 'vanzelf' meer waard. Eén van de beste beleggingen uit mijn eigen portefeuille was een beleggingsfonds voor Japanse aandelen, niet zozeer omdat Japan het nu goed deed, maar vanwege de enorme stijging van de yen.
De spreiding die valuta's kunnen geven in een portefeuille is iets wat ik vanuit theoretische oogpunt al kende. Dat het zo goed kon uitwerken als in 2010 had ik niet gedacht. Veel beleggers hebben, mede door de perikelen rond de euro, vorig jaar interesse gekregen in valuta's. Er werd zelfs regelmatig gesproken over valuta's als aparte assetcategorie. Over hoe je in valuta's kan beleggen schreef ik eind vorig jaar een artikel voor Beleggers Belangen. Klik hier als u dat wilt downloaden.
2. Crashes bestaan nog steeds
Natuurlijk hebben we twee zware bearmarkten in aandelen gehad, de eerste in de jaren 2001 en 2002 en de tweede over de periode van medio 2007 tot en met begin 2009, maar echte crashes hebben we niet gezien. De bovengenoemde twee bearmarkten waren markten waarin aandelen gestaag daalden. We spreken ook wel van een sluipkrach. We moeten eigenlijk terug naar 1997 of 1998, of eigenlijk beter nog naar 1987, willen we van een echte crash spreken, ofwel een markt die in zeer korte tijd met vele procenten tegelijk daalt.
En daar was hij dan, zomaar ineens. Op 6 mei daalde de Dow Jones in enkele minuten met 800 punten onderuit, op een dag dat de index al 200 punten in de min stond. In korte tijd herstelde de index daarna weer 500 punten. Ik zat samen met een collega naar de schermen te kijken. We konden onze ogen niet geloven. Het luik ging volledig open. Een vrije val van ongekende proporties.
Wat er die dag gebeurde is wat mij betreft nog steeds met veel nevelen omhuld. Dat het kan gebeuren is iets om terdege rekening mee te houden. Spreiding aanbrengen en wat mij betreft ook fondsen in de portefeuille zetten die van dit soort crashes kunnen profiteren, zoals managed futures, blijft het devies.
3. Markten bewegen altijd in cycli
Ook een oude les, die eigenlijk ieder jaar opgaat, ook weer in 2010, is dat markten in cycli bewegen. Ze overdrijven naar beneden (zoals in 2008), herstellen weer krachtig (zoals in 2009) en komen daarna vaak in een overgangsperiode, waarin het herstel als het ware moet consolideren, waarna de markt weer verder omhoog kan, totdat we weer overdrijven naar boven.
Emoties spelen bij die cycli een belangrijke rol. De economische ontwikkelingen zijn van ondergeschikt belang. Dat zag je ook in 2010 toen de markten per saldo toch omhoog gingen, ondanks alle ellende, met de euro, overheidstekorten, stijgende grondstofprijzen, angst voor inflatie. 'Bull markets always climb a wall of worries'.
4. 'Never fight the Fed'
Een heel oud gezegde zegt dat we niet tegen de Fed moeten beleggen. Als de centrale bankiers in tijden van stress sterk de monetaire vleugels laten vieren, komt vroeg of laat de (positieve) kentering. Ze hebben in 2010 (samen met de Europese monetaire autoriteiten overigens) laten zien coûte que coûte de markten van geld te willen voorzien en de rente laag te houden, met als doel de economie een slinger te geven.
Er moest wel heel veel geld en een extreem lage rente tegenaan worden gegooid - dat moeten we ruiterlijk toegeven - maar het lijkt nu te werken. Het vertrouwen komt langzaam weer terug en economisch gaat het steeds beter. De andere kant van het verhaal is er ook. Als de Fed gaat afremmen dan zijn de goede tijden vroeg of laat voorbij. Eigenlijk zagen we dit in 2010 in China al: Chinese aandelen hebben niet goed gepresteerd, mede omdat de Bank of China op de rem trapt.
5. Interesse voor beleggen volgt de AEX
Een frustratie van mij, maar wel een les die ook in 2010 weer duidelijk op ons netvlies kwam. Klanten vinden voor beleggen/vermogensbeheer is in 2010 niet gemakkelijk geweest, zolang de AEX slecht presteerde door onder andere Griekenland, Ierland, onrust rond de pensioenen en dergelijke. Toen de AEX tegen het einde van het jaar weer herstelde kwamen ineens de verzoeken voor beleggingsvoorstellen weer binnen. Contrair denken, wat eigenlijk de sleutel voor succes van iedere ondernemer of belegger moet zijn, blijft blijkbaar erg moeilijk.
Harry Geels is directeur Research en partner bij INMAXXA in Naarden. Daarnaast is hij uitvoerend hoofdredacteur van Technische en Kwantitatieve Analyse (TKA). De informatie in deze opinie is niet bedoeld als individueel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. De standpunten en vooruitzichten van Geels geven zijn mening weer in zijn hoedanigheid als directeur Research.



