Wat ziet de belegger het liefst van een beleggingsfonds? Heel
simpel: dat het de index verslaat; en graag ieder jaar opnieuw. Een
misstapje zo nu en dan wordt vergeven, maar over de lange termijn
bezien dient een fonds tot outperformance in staat te
zijn.
Bij het selecteren van de juiste beleggingsfondsen gaapt er echter
een statistische valkuil, die goed zichtbaar is voor wie hem heeft
leren zien, maar waar toch nog tal van beleggers in vallen.
Wanneer u van mening bent dat de volgende aanpak de juiste is,
moet ik u tot mijn spijt mededelen dat ook u onder in de kuil
ligt.
U kiest een universum. U wilt bijvoorbeeld beleggen in een
grondstoffenbeleggingsfonds. U raadpleegt een databank (die van
Morningstar bijvoorbeeld), met daarin alle grondstoffenfondsen
keurig geordend naar rendement over, laten we zeggen, de laatste
vijf jaar.
U redeneert als volgt: fonds X staat bovenaan, wat wil zeggen dat
het over de afgelopen vijf jaar het hoogste rendement heeft
bereikt. Maar u kijkt nog beter en verder en constateert dat fonds
X ook over de laatste drie jaar en over het laatste jaar tot de
beste behoort. Dat moet wel betekenen dat hier een bekwame
beheerder aan het werk is. Akkoord: hij kan het geluk aan zijn
zijde hebben gehad, maar vijf jaar is geen al te korte periode. Al
die andere fondsen verslaan alléén door geluk, lijkt niet erg
waarschijnlijk. U stopt uw centen in fonds X.
U ligt nu onderin de valkuil.
Welke denkfout hebt u namelijk gemaakt? U redeneert met kennis
ACHTERAF. U weet namelijk al wat al die rendementen van al die
fondsen zijn. U kijkt uitsluitend terug. Het zou niemand mogen
verbazen dat wanneer 1300 mensen gevraagd wordt vier keer achter
elkaar een dobbelsteen te gooien, ACHTERAF blijkt dat een van die
1300 mensen vier keer een zes heeft gegooid. Zegt u ook in dat
geval: wat een geweldige dobbelsteengooier is dat: vier keer op rij
de allerhoogste score!? Nee, u beseft dat het zuiver toeval
is.
Het zou pas iets bijzonders zijn geweest wanneer u VOORAF een van
die 1300 mensen had weten aan te wijzen en hem had verteld: ik zie
aan u dat u in staat bent om zometeen vier maal op rij een zes te
gooien. Als die voorspelling vervolgens was uitgekomen, had u een
sterk argument in handen gehad om ons ervan te overtuigen dat u
helderziend bent (want dobbelstenen gooien blijft een kwestie van
geluk, natuurlijk).
Terug naar de beleggingsfondsen. Wie zijn universum maar groot
genoeg kiest, zal altijd opmerkelijke prestaties kunnen waarnemen.
Vier jaar op rij een outperformance van meer dan 6%! ACHTERAF! Bent
u ook in staat om te voorspéllen welk beleggingsfonds de komende
jaren zal outperformen?
Wanneer u het vanzelfsprekend vindt dat de huidige nummer één uw
keus moet zijn, ziet u wel heel veel verschil tussen een
fondsbeheerder en een man met een dobbelsteen. Of kiest u hem bij
gebrek aan een betere methode?
De moraal van dit verhaal: We mogen er rustig van uitgaan dat er
goede en minder goede fondsbeheerders bestaan. Dat de invloed van
zo'n beheerder op de prestaties van zijn fonds door veel beleggers
wordt overschat, is echter een nog veel grotere zekerheid.



