Bij een future met een afloopdatum in 2019 is de investering nihil. Er wordt per dag verrekend. Stijgt op een dag het verwachte dividendbedrag met €1, dan krijg de belegger bij sluiting van de beurs €100 op zijn rekening. Andersom werkt het ook zo.
Dekking nodig
Er is wel dekking nodig, maar een gemiddelde
aandelenportefeuille is in normale omstandigheden meer dan
genoeg.
Een optie die in 2019 afloopt met een uitoefenprijs van €120, kost
€14 dat betekent dat er meer dan €134 aan dividend (op de
Eurostoxx50) moet worden uitbetaald om winst te maken.
Dat is niet veel, want in de zomer van 2008 werd er voor 2010 nog
uitgegaan van €140 en toen was de crisis al begonnen.
Een stoploss
Het grote verschil tussen Turbo's en de twee andere derivaten is
dat een Turbo een stoploss kent.
Er zijn twee varianten: een met stoploss €86,79 en een met €57,86.
Als de onderliggende waarde de dividenden van 2019 was, waren wij
enthousiast.
Op het hoogtepunt van de eurocrisis werd er een dividend van
€87,30 verwacht voor 2019. Maar de dividendverwachting
van 2010 ging naar €51,70.
Dat was extreem ondergewaardeerd, want een paar maanden later
stonden de contracten weer boven de €100.
Pech met Turbo's
Als dit scenario zich herhaalt, heeft de belegger pech met
Turbo's. Wie kans wil maken op het hoogste rendement, moet de
futures kopen die aflopen in 2019.
Hij moet wel doorrekenen wat er met zijn financiën gebeurt als de
aandelenbeurzen met 50% onderuit gaan en de 2019-contracten op €50
staan.
Onderwaardering, dus ook op futures, ontstaat namelijk vaker
doordat beleggers verplicht moeten verkopen, dan dat ze niet weten
dat ze voor belachelijke prijzen verkopen.
Karel Mercx, 9 november
2010



