Dat verklaart volgens het tweetal waarom zelfs op papier goed gespreide portefeuilles toch zwaar geraakt zijn tijdens de kredietcrisis.
Hiervoor kijkt het duo in hun analyse veel verder terug dan de beurscrash van 2008. In de afgelopen veertig jaar was de correlatie (onderlinge samenhang) tussen de Amerikaanse Russell 3000 Index en de MSCI World Ex-US Index tijdens een stijgend beurs -17%.
In slechte beurstijden sloeg dat om in een correlatie van +76%, wat betekent dat de koersen in tandem snel daalden. Dit komt omdat de factoren die grote crises veroorzaken meestal meerdere (of alle) beleggingscategorieën raken.
Page en Taborsky beargumenteren op basis daarvan dat de spreiding niet moet plaatsvinden op basis van categorieën, maar op basis van risicofactoren zoals bijvoorbeeld veranderingen in de yieldcurve en toenemende verschillen in het groeitempo van ontwikkelde en opkomende landen.
In woelige beurstijden komt de onderlinge correlatie tussen de risicofactoren gemiddeld op 1,6%, hebben Page en Taborsky berekend. Tussen beleggingscategorieën is de correlatie dan maar liefst 51,0%.
De specialisten van Pimco raden beleggers op basis van hun analyse dan ook aan om bij het inrichten van de portefeuille verder te kijken dan de traditionele asset mix en vooral te letten op het effect dat belangrijke risicofactoren hebben op alle onderlinge posities.
Zo wordt voorkomen dat het effect van diversificatie verdwijnt op het moment dat dit het hardste nodig is.



