Bij beleggen is het belangrijk om een plan te hebben. Anders is
het risico dat de belegger slachtoffer wordt van zijn eigen
gedachten te groot.
Sla een krant van begin 2009 open. De gevoelens die bij de
beleggers naar boven komen bij het zien van deze krant, hebben meer
te maken met vluchten dan dat zij het gevoel krijgen dat ze
aandelen moeten gaan kopen.
Terwijl dat laatste het beste is wat zij hadden kunnen doen. Wat
zou een plan voor de huidige situatie kunnen zijn?
Leidende indicatoren
Daarvoor gaan wij eerst kijken naar wat er aan het gebeuren is. De wekelijkse Amerikaanse leidende indicatoren (ECRI) hebben een stand van -8,3% bereikt.
Elke keer sinds 1968 (de start) dat deze stand op de borden stond, volgde een recessie (uitzondering was 1988). Dus is het zaak om te kijken of dit al is ingeprijsd in de aandelenmarkt.

Stel dat dit het geval is, dan is niemand verrast en zal er ook
geen verkoopdruk ontstaan. Analisten verwachten echter voor de
tweede helft van 2010 en 2011 enorme winstgroei, deze mogelijke
recessie is dus duidelijk niet ingeprijsd.
Mocht de consensus veranderen - van 'geen recessie' via 'kans op
recessie' naar 'grote kans op recessie', - dan moeten analisten de
verwachtingen wel gaan aanpassen, met als een gevolg een grote kans
dat aandelenmarkten onder druk komen te staan.
Wij willen geen positie die inspeelt op een
daling
De beweeglijkheid op de beurzen is flink toegenomen. Optieprijzen
zijn duurder geworden omdat beweeglijkheid het belangrijkste
onderdeel is bij het bepalen van de optiepremie. Bovendien zijn de
koersen al behoorlijk gedaald.
Gedurende een beweging op een trein springen, is niet verstandig.
De winsten van succesvolle trades moeten de verliezen van de
falende posities goedmaken. Dus nu inspelen op een daling zorgt
ervoor dat de mogelijke winst kleiner is en het mogelijke verlies
groter is. Dat is niet verstandig.
Met opties zijn er zo veel kansen, dat het het beste is om een
positie uit te kiezen waar de beweging aan het begin staat.
Wel inspelen op een stijging
De kans op een grote daling op de Amerikaanse aandelenbeurzen
lijkt reëel en het gevolg daarvan is dat de koersen daarna weer
zullen gaan opveren.
De volgende vraag die de belegger dient te stellen is: Wanneer
zijn de aandelenkoersen genoeg gedaald?
Op gevoel gaat dit bijna altijd mis. De belegger denkt na 10% dat
het genoeg is en staat dan later tegen een verlies van 30% aan te
kijken.
Voor dit probleem kunnen de wekelijkse ECRIcijfers ook gebruikt
worden.
Als deze 10 procentpunt zijn opgeveerd, willen wij de markt in
om te profiteren van een herstelbeweging. Nu is het tijd om de
instrumenten te kiezen.
Schrijven & kopen
Als eerste schrijven wij een putoptie met een looptijd van 1 jaar
en een uitoefenprijs die zo dicht mogelijk bij de huidige koers van
de S&P500 ligt.
De volatiliteit is enorm, waardoor de premie hoog is. Dit komt
overeen met een brandverzekering verkopen als het huis in brand
staat.
Beleggers lezen in de krant de meest verschrikkelijke berichten en
daardoor kopen ze maar al te graag een verzekering.
Andere beleggers zullen zeggen dat je gek geworden bent om in fase
twee van de kredietcrisis putopties te gaan schrijven, maar wij
volgen ons plan en verkopen deze verzekering aan de angsthazen.
Daarnaast gaan wij een calloptie kopen. De looptijd is ook 1 jaar,
alleen wij kiezen voor een uitoefenprijs die 25% hoger ligt dan de
stand van de S&P500 van dat moment.
Hefboom
Hoe verder out-of-the-money de optie is; hoe groter de hefboom per
betaalde dollar is.
Wij kiezen hiervoor omdat na een sterke daling bijna altijd een
sterke tegenreactie komt.
Het plan is om deze optieconstructie tot het einde van de looptijd
aan te houden, maar wij willen wel een stoploss voor het geval dat.
Deze komt te liggen op de laagste stand die de wekelijkse
ECRI-cijfers hebben bereikt voordat de optieconstructie werd
geopend.
Het plan maken was de makkelijkste opdracht, de moeilijkste taak
voor de belegger is om zich daadwerkelijk aan het plan te
houden.
Karel Mercx, 15 juli 2010




