
Estland is bepaald geen Griekenland….
Estland heeft met restrictief overheidsbeleid de zaken beter op
orde dan menig euroland en is zeker geen Griekenland. Waar het
Griekse tekort 12% van het BNP beloopt, weet Estland dit op 2% te
houden. De Griekse staatsschuld bedraagt bijna 120% van het BNP,
terwijl Estland het op nog geen 10% weet te houden.
….vooral dankzij een ijzeren discipline van de
overheid
De toverformule van Estland bestaat uit restrictief overheidsbeleid
en lage (21%) en stabiele belastingen. Daarnaast heeft het land
sinds 1999 haar munt gekoppeld aan de euro (vaste
wisselkoers).
Arbeidsmarktplaatje minder gunstig.…
De keerzijde is dat de recessie het land diep heeft getroffen. Zo
is 14% van de beroepsbevolking werkloos. Daarnaast is het maar de
vraag of de Estse overheid ook op de lange termijn de hand op de
knip kan houden. Door het vaste wisselkoersbeleid is de
mogelijkheid van devaluatie van de baan, iets wat voor lucht zou
kunnen zorgen op de korte termijn als de economische situatie
verslechterd. Vorig jaar daalde het BNP nog met ruim 14% en had het
land te maken met een inflatie van 10,4%. De OECD maakte onlangs
bekend dat 60% van de werklozen en 40% van de gepensioneerden onder
de armoedegrens leeft.
….evenals de schuldpositie
Hoewel de staatsschuld keurig binnen de grenzen blijft, kunnen de
schulden van de private sector een probleem gaan vormen. Deze zijn
al robuust, maar het is geenszins ondenkbaar dat deze schulden
verder gaan oplopen. De vraag naar consumptief krediet is de
laatste tijd namelijk fors gestegen.
Toch nog maar even wachten?
Er zijn twee gevaren die de huidige rooskleurige situatie van
Estland kunnen doen verwelken. De eerste is dat opkomende landen
als Estland vaak een grillig verloop van groei, inflatie en andere
macro-economische variabelen kennen. Het kan zomaar gebeuren dat
het land over zes maanden opeens niet meer voldoet aan de criteria.
De tweede is de stijging van consumptie op krediet, zeker in
combinatie met de oplopende inflatie in april (3% op jaarbasis) en
de hoge werkloosheid van 14%. Er kan een moment komen dat de
overheid de teugels wat moet laten vieren en de belastingen moet
gaan verhogen om een minder restrictief beleid te kunnen
bekostigen. Misschien is het toch beter als landen een aantal jaar
achtereen aan de criteria voldoen voordat over toetreding wordt
gesproken.



