Het is zeer menselijk om bij falen de schuld vooral bij een
ander te zoeken. In zijn recente getuigenverklaring voor het
Congressional Oversight Panel liet
Citigroup-topman Vikram Pandit zien erg menselijk te zijn. In zijn
van te voren opgestelde verklaring wees de topman op de fouten die
binnen zijn bank en de sector zijn gemaakt.
Maar op vragen van de commissie over waarom Citigroup zo kort na een eerste kapitaalinjectie van $25 mrd nog eens $20 mrd én een overheidsgarantie op $300 mrd nodig had, antwoordde Pandit dat short sellers de aanval hadden geopend. 'Daardoor daalde de koers scherp en werd de incorrecte perceptie van de markt omtrent Citigroup plotseling werkelijkheid', aldus Pandit, in een poging de aandacht af te leiden van het eigen falen.
De Citigroup-topman is echter lang niet de enige die graag - voor een groot deel - de schuld buiten zichzelf zoekt. Ook overheden kunnen er wat van. Zo zijn er door de Europese Commissie vragen gesteld over de rol die hedgefondsen, vooral via het gebruik van credit defauls swaps (CDS's) op staatsobligaties, gespeeld zouden hebben in de Griekse schuldencrisis. Dat heeft er zelfs toe geleid dat Griekenland hedgefondsen van de veiling van staatsobligaties heeft uitgesloten.
En daar bleef het niet bij. Hedgefondsen werd ook nog eens een samenzwering tegen de euro voor de voeten geworpen. Eind februari werd bekend dat het Amerikaanse ministerie van Justitie een onderzoek instelt naar mogelijke manipulatie van de euro door een aantal hedgefondsen waaronder dat van George Soros - bekend van zijn aanval op het Britse pond in 1992 - en David Einhorn, die eerder al succesvol shortposities op het aandeel Lehman Brothers innam.
Druppel op gloeiende
plaat
Maar een dergelijke vorm van manipulatie valt lastig te bewijzen
en zou bovendien een prestatie van formaat zijn, zo constateert de
Amerikaanse beursanalist John Mauldin. Volgens hem gaat er meer dan
$2 bln per dag, ofwel zo'n $50 bln per maand om in de valutamarkt.
Zelfs wanneer hedgefondsen met bijvoorbeeld een gezamenlijk beheerd
vermogen van $50 mrd en een hefboom van 20 maal dat vermogen,
shortposities op de euro zouden hebben, is dat niet meer dan een
druppel op een gloeiende plaat, constateert de analist. Wel is
duidelijk geworden dat de crisis in de staatsfinanciën een
groeiende impact op de valutamarkt heeft. En dan gaat het echt niet
alleen om de euro. Ook het Britse pond staat al langere tijd onder
druk. Sinds de munt een top bereikte ten opzichte van de euro en de
dollar is het met een kleine 30% gedaald (zie beide grafieken). Dat
is een nog grotere koersval dan ten tijde van de traumatische - en
voor George Soros buitengewoon lucratieve - exit van de Britse munt
uit de ERM in 1992, merkt broker Goldman Sachs op.
Voor de recente daling van het pond waren geen hedgefondsen of samenzweringen nodig, een snel verslechterende economie en staatsfinanciën waren meer dan voldoende. Dat geldt ook voor Griekenland. Zelfs wanneer beleggers als hedgefondsen via CDS-posities de Griekse schuldencrisis hebben verergerd, blijft de schuld voor het ontstaan ervan toch volledig bij Griekenland zelf.
Overigens is een verzwakking van een valuta in economisch zware tijden misschien wel meer een zegen dan een vloek, stelt strateeg Albert Edwards van Société Générale vast. Volgens hem is een devaluatie van de munteenheid de belangrijkste ontsnappingsroute uit het drijfzand van deflatie. Het VK heeft deze optie gekozen en kan op deze maner wel aan een 'Japans' deflatie-depressiescenario ontsnappen, aldus de strateeg. Het is een route die verschillende Zuid-Europese landen ongetwijfeld zouden kiezen, als zij niet in het keurslijf van de eurozone hadden gezeten en ook dát is niet de schuld van hedgefondsen, maar was helemaal hun eigen keus.
Stephen Hendriks, 10 maart 2010



