Op basis van de koers van 16 maart (1.3764) was de euro op basis
van de befaamde hamburgerindex van de Britse Economist zo'n 30
procent overgewaardeerd ten opzichte van het groene biljet en moest
van de belangrijke valuta's alleen de Noorse kroon en de Zwitserse
frank voorlaten.
De opmars van de euro in 2009 had veel te maken met overdreven
pessimisme over de houdbaarheid van de Amerikaanse
overheidsfinanciën. Het schuldenprobleem van de Verenigde Staten is
inderdaad niet mis, maar basisprojecties van het IMF wijzen uit dat
Euroland in hetzelfde schuitje zit.
Weliswaar is het overheidstekort in 2010 voor de Verenigde Staten
met 11% fors hoger dan het gemiddelde voor Euroland van 7%, maar
Euroland start met een hogere schuldquote.
Wat betreft inflatiebeeld ontlopen beide blokken elkaar niet veel.
Wel hebben de Verenigde Staten nog steeds een fors, maar afgenomen
tekort op de lopende rekening, terwijl Euroland quitte
speelt.
Het korterenteverschil is dankzij de wat conservatiever opererende
Europese Centrale Bank in het voordeel van de euro. Alles bij
elkaar genomen zou je zeggen dat de 'fundamentals' in de richting
van een wat sterkere euro wijzen, waarbij het niet nodig is tot
euforie te vervallen.
Het Eurolandgemiddelde is niet zo slecht, maar helaas zijn er
negatieve uitschieters. De meer dan verdubbeling van de omvang van
het Griekse overheidstekort, dat toch al de hoogste schuldquote van
de Europese Unie heeft, veroorzaakte een vertrouwenscrisis.
De Europese Unie reageerde aarzelend en reactief. Uiteindelijk is
het met een weinig genereuze ad hoc regeling voor Griekenland voor
de dag gekomen, waarmee markten nog niet overtuigd zijn van de
houdbaarheid van de Griekse overheidsfinanciën voor de langere
termijn.
Bovendien spelen de structurele
problemen in Griekenland (relatief geringe belastingbasis,
geleidelijk verslechterde concurrentiepositie, slecht gedekte
pensioenen, hoge overheidstekorten en/of -schulden) in mindere mate
ook voor andere Zuid-Europese economieën.
De ad hoc regeling voor Griekenland is betrekkelijk eenvoudig te
financieren, maar hoe groot is de bereidheid indien bijvoorbeeld
Spanje in problemen raakt?
Er is nog geen operationeel Europabreed vangnet en een regeling
naar analogie van de Griekse ad hoc regeling schiet tekort als
regionaal herverdelingsmechanisme wat een monetaire unie volgens de
boekjes nodig heeft om op lange termijn levensvatbaar te
zijn.
De euro is hierdoor wat onder druk komen te staan, zeker nu
macro-economische cijfers uit de Verenigde Staten de laatste tijd
verrassend sterk zijn.
Het voordeel van de zwakkere euro is dat het de
exportgeoriënteerde Duitse economie helpt de vaart erin te houden.
In april steeg de meest betrouwbare indicator voor de grootste
economie in Eruoland, het ifo-Geschäftslklima naar het hoogste
niveau in twee jaar.
De Griekse problemen zijn dus een verkapte zegen voor de Europese
industrie. En wat betekent dit alles voor beleggers?
Kort gezegd: onderweeg Eurolandaandelen in een wereldwijde
aandelenportefeuille, maar denk binnen Euroland vooral aan
exporteurs!
Door Léon Cornelissen, strateeg bij Robeco, 29 april 2010



