De verwachtingen voor het vierdekwartaalrapport van Shell waren in de afgelopen dagen al getemperd vanwege per saldo tegenvallende cijfers van concurrenten. Toch was de beursreactie vanochtend negatief - en terecht.
De voor bijzondere posten gecorrigeerde nettowinst op basis van geschatte actuele kosten daalde bij Shell in het vierde kwartaal van $3,9 mrd tot $2,8 mrd. Dat valt licht tegen, gegeven de analistenconsensus van $2,9 mrd. De productie van olie en gas bleef zoals verwacht met 2% dalen.
Belangrijker nog is dat topman Peter Voser weinig hoop biedt op een duidelijke verbetering in 2010. Olie is weliswaar veel duurder dan een jaar geleden, maar daar staat een daling van de gasprijzen en - vooral - de raffinagemarges tegenover. Hij voorziet geen snel herstel van de vraag en karakteriseert de vooruitzichten als onzeker.
Misschien wel het meest opmerkelijke is dat Shell van plan is het dividend over het eerste kwartaal van 2010 op $0,42 te handhaven. Traditioneel verhoogt het bedrijf immers het dividend. Voor 2008 was dat zelfs met 11% en voor 2009 - hoewel de onzekerheden toen nog veel groter waren dan nu - met 5%. Blijkbaar vindt Shell het onder de huidige omstandigheden niet langer verantwoord zowel meer dividend uit te keren als de investeringen op een hoog niveau te handhaven.
Met dank aan de recente stijging van de dollarkoers bedraagt het dividendrendement bij de tot €20 teruggevallen beurskoers nog altijd 6%. Omdat wij Shell bovendien het voordeel van de twijfel geven, blijven de aandelen als langetermijnbelegging aantrekkelijk. Vanwege het ontbreken van positieve impulsen hoeft met instappen echter geen haast te worden gemaakt.



