In het eerste kwartaal van dit jaar leidden de problemen op de
financiële markten tot verliezen en afschrijvingen van €1,7 mrd bij
ING en ruim €1 mrd bij Aegon.
Vooral de koersdalingen op de aandelenbeurs deden de beide
financials pijn. Verzekeraars gebruiken aannames over het verwachte
rendement en de volatiliteit op de aandelenbeurzen om de prijs van
hun producten vast te stellen.
Omdat de (acquisitie)kosten van een nieuwe verzekeringspolis in de
eerste jaren het hoogst zijn, worden deze kosten geactiveerd en
over de duur van de polis afgeschreven.
Wanneer het rendement op aandelen sterk afwijkt van hetgeen in de
prijsstelling van de polis is gebruikt, kan een versnelde
afschrijving van de acquisitiekosten noodzakelijk zijn. Helemaal
wanneer bepaalde garanties in een product zijn opgenomen.
ING gaat uit van een rendement op aandelen van 2,25% per kwartaal.
Iedere afwijking hierop van één procentpunt leidt volgens ING tot
een aanpassing van de acquisitiekosten van €10- 13 mln.
De beursdaling van 12% in het eerste kwartaal zorgde dus voor een
afschrijving van €117 mln, die voor ongeveer de helft was afgedekt.
De kosten voor uitkeringsgaranties in bepaalde polissen bedroegen
als gevolg van lagere koersen en hogere volatiliteit liefst €471
mln.
Het beursherstel werkte afgelopen kwartaal waarschijnlijk min of
meer evenredig positief in de ING-cijfers door.
Actuariële aanpak
Bij Aegon is dat niet het geval. Een daling van de beurskoersen
van 10% heeft een negatief effect op de netto winst van €400 mln,
terwijl een stijging van 10% een positief effect van €200 mln
heeft.
Dit wordt onder andere veroorzaakt door de actuariële aanpak van
Aegon, waarin wordt verondersteld dat het rendement op aandelen
altijd naar een gemiddelde terugkeert.
Een flinke koersdaling kan volgens deze aanpak tot een opwaartse
aanpassing van het verwachte rendement op de korte termijn
leiden.
Na de koersdalingen in 2008 zou volgens Aegon op korte termijn
geen aandelenrendement van 15% maar van 25% verwacht mogen worden.
Maar de verzekeraar hanteert een maximumverwachting voor de korte
termijn van 15% en dat leidt tot een extra afschrijving op
acquisitiekosten en een asymmetrisch effect van koersbewegingen op
de winst.
In het tweede kwartaal had de verzekeraar geen last van
afschrijvingen op geactiveerde acquisitiekosten van ruim €425 mln
en verliezen op zijn alternatieve beleggingen (€197 mln in het
eerste kwartaal).
Daartegenover staan mogelijk hogere afschrijvingen op
bedrijfsobligaties (was al €386 mln in het eerste kwartaal) en een
eenmalige last van €400 mln als gevolg van de desinvestering van
het Taiwanese levenbedrijf.
Hierdoor zal Aegon ons inziens opnieuw een verlies voor belasting
lijden, zij het zeker wel een kwart minder dan de €455 mln van het
eerste kwartaal.
Bij ING zal de verbetering vooral in de verzekeringstak zitten.
Die maakte in het eerste kwartaal een verlies voor belastingen van
bijna €1 mrd.
Vooral bijschrijvingen aan de geactiveerde acquisitiekosten in
plaats van afschrijvingen zullen in het tweede kwartaal voor een
bescheiden winst voor belastingen zorgen.
Het bankbedrijf, dat in het eerste kwartaal een winst voor
belastingen maakte van €689 mln, zal naar onze verwachting een
duidelijk lager resultaat laten zien.
Hogere toevoegingen aan de voorzieningen voor slechte leningen en
lagere winst bij de in het eerste kwartaal zo succesvolle Wholesale
Bankingdivisie zijn daarvoor de belangrijkste oorzaken.
Per saldo zal ING het verlies voor belastingen van €281 mln in het
eerste kwartaal omdraaien in een winst voor belastingen van
mogelijk €300-500 mln in het tweede kwartaal.
Onze adviezen blijven tot de cijferpublicaties ongewijzigd: een
dubbel houdadvies voor Aegon en voor ING 'houden' ('kort') en
'verkopen' ('lang').



