Aandelen op lange termijn relatief aantrekkelijk
Een van de redenen waarom aandelen nog redelijk blijven liggen
heeft te maken met de relatieve waardering van aandelen in relatie
tot obligaties.
In een recente column uit de Financial Times van Bill Miller,
chief investment officer at Legg Mason Capital Management, stond
een leuke anecdote over de heer Morgan, de oprichter van het
bekende JP Morgan. Toen iemand hem meer dan honderd jaar geleden
vroeg wat hij dacht dat de aandelenmarkten zouden doen, antwoordde
hij als volgt.
'De aandelenmarkten zullen fluctueren. Dat doen ze nu eenmaal. Het
nieuws is altijd een mix van het positieve en het negatieve. Als
markten naar beneden gaan wijzen de mensen op het slechte nieuws en
als markten stijgen wordt het goede nieuws benadrukt.'
Zo is het inderdaad. De markten konden hiervan geen duidelijker
voorbeeld geven dan de laatste weken. Bij de daling van de laatste
weken van augustus sprak bijna iedereen over de naderende dubbele
dip. De laatste dagen wijst iedereen - proberend de recente
stijging van de beurzen te verklaren - op nieuws dat de dubbele dip
er mogelijk toch niet komt.
Stop, relax, stap terug. Gisteren probeerde ik in mijn column te
verklaren waarom, ondanks alle het slechte nieuws en ondanks het
feit dat begin juli aandelenmarkten technisch een verkoopsignaal
hebben gegeven, toch nog niet echt hard dalen.
Je moet volgens mij bij dit soort fundamentele verklaringen door
het dagelijkse nieuws heen prikken. Het dagelijkse nieuws is een
soort poppenkast. Je moet meer naar de onderliggende
langetermijntrends kijken. Vervolgens kun je historische
statistieken en parallellen trekken en technische analyse toepassen
als vormen van een 'reality check'.
Mijn collega Hendrik Jan Davids gebruikte in zijn laatste column
zo'n mooie historische parallel. Hij vergeleek de koersontwikkeling
van de AEX van de bodem van maart 2003 met die vanaf maart 2009. De
linkerschaal hoort bij de koersontwikkeling vanaf de bodem van
maart 2003 (de blauwe lijn) en de rechterschaal hoort bij de
huidige koersontwikkeling, weergegeven door de groene lijn.

Het is helemaal niet verkeerd om beide koersontwikkelingen naast
of over elkaar te leggen. Ze zijn namelijk beide ontstaan na een
voor beleggers traumatische bearmarkt, die in beide gevallen
ongeveer twee jaar duurden (2001 en 2002 versus 2007 en 2008). De
bodem van die bearmarkten lag - toevallig of niet - in beide
gevallen in maart. In één van mijn eerste columns van dit jaar heb
ik de prognose gemaakt dat 2010 een overgangsjaar zou worden,
vergelijkbaar met die van 2004. Tot nu toe klopt het plaatje
aardig.
Een andere historische parallel, waaraan ik gisteren in mijn column
refereerde, heeft te maken met de relatieve waardering van aandelen
ten opzichte van obligaties. Terwijl aandelen al meer dan tien jaar
in een bearmarkt zitten, hebben obligaties een dertigjarige
bullmarkt aardig de rug.
Het rendement op obligaties is - afhankelijk van waar je naar kijkt
- richting historische dieptepunten gezakt. De niveaus zijn zo laag
dat u zich serieus moet afvragen of u voor de komende tien tot
twintig jaar nog wel in obligaties wilt zitten. Tenzij u een
periode van deflatie verwacht, een Japan-scenario.
Vele analisten hebben al diverse vergelijkingen tussen aandelen en
obligaties gemaakt. Dit jaar is er $170 miljard extra toestroom van
gelden naar obligatiefondsen gegaan, terwijl er $35 miljard uit
aandelenfondsen is ontrokken. Obligaties die geplaatst worden door
bedrijven en overheden worden momenteel meestal in een oogwenk
geplaatst.
IBM was recent in staat met gemak $1,5 miljard op te halen met
driejarig papier tegen een rente van ongeveer 1%! Voorbeelden
genoeg van deze ogenschijnlijke gekte op de obligatiemarkten.
Johnson & Johnson (J&J) zette recent een tienjarige lening
in de markt tegen een rendement van 2,95%! Dat is minder dan de
meeste tienjarige staatsleningen van de ontwikkelde landen.
U kunt zich nu afvragen of die obligatie van J&J wilt hebben of
het aandeel, dat een dividendrendement heeft van 3,7%. En als u
meteen wilt tegenwerpen dat dividend veel onzekerder is, moet u
weten dat J&J een zeer solide en solvabel bedrijf is, dat al 48
jaar achter elkaar haar dividend verhoogd heeft.
Vervolgens zou u kunnen tegenwerpen dat de aandelenkoers naar
beneden kan. Maar daar zouden we weer tegenin kunnen brengen dat
deze ook omhoog kan. En dat ook de obligatie tussentijds kan
schommelen, als de rente gaat bewegen. J&J staat niet alleen,
er zijn meer voorbeelden, wellicht niet zo fraai als J&J, maar
vergelijkbaar, denk aan RDS.
Ik zeg niet dat u nu per sé aandelen moet hebben - sterker nog,
technisch is het klimaat nog instabiel en september en oktober
hebben ook geen al te beste reputatie - maar als ik als
langetermijnbelegger, zeg voor de komende tien tot twintig jaar,
moest kiezen tussen aandelen of obligaties van bedrijven als
J&J, dan wist ik het wel.
Er zijn grote beleggers die indirect op basis van het argument van
relatieve waardering aandelen aanbevelen boven obligaties. Denk
recent aan wat Warren Buffett zei. Hij heeft nog niet zo lang
geleden ook J&J-aandelen gekocht. Ook de eerder genoemde Bill
Miller schreef in de Financial Times van 31 augustus het
volgende:
'US large capitalisation stocks represent a once-in-a-lifetime
opportunity in my opinion to buy the best quality companies in the
world at bargain prices. The last time they were this cheap
relative to bonds was 1951. I was one year old then, but did not
have sufficient sentience to invest. I do now, and if you are
reading this, so do you'.
Begin volgende week ga ik verder in op de relatieve waardering van
aandelen versus obligaties. Er zijn namelijk meer historische
parallellen te maken wat betreft de vergelijking van het rendement
van beide assetcategorieën.
Harry Geels is directeur Research en partner bij INMAXXAin Naarden.
Daarnaast is hij uitvoerend hoofdredacteur van Technische en
Kwantitatieve Analyse (TKA). De informatie in deze opinie is niet
bedoeld als individueel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het
doen van bepaalde beleggingen. De standpunten en vooruitzichten van
Geels geven zijn mening weer in zijn hoedanigheid als directeur
Research.
Het is helemaal niet verkeerd om beide
koersontwikkelingen naast of over elkaar te leggen. Ze zijn
namelijk beide ontstaan na een voor beleggers traumatische
bearmarkt, die in beide gevallen ongeveer twee jaar duurden (2001
en 2002 versus 2007 en 2008). De bodem van die bearmarkten lag -
toevallig of niet - in beide gevallen in maart. In één van mijn
eerste columns van dit jaar heb ik de prognose gemaakt dat 2010 een
overgangsjaar zou worden, vergelijkbaar met die van 2004. Tot nu
toe klopt het plaatje aardig.
Een andere historische parallel, waaraan
ik gisteren in mijn column refereerde, heeft te maken met de
relatieve waardering van aandelen ten opzichte van obligaties.
Terwijl aandelen al meer dan tien jaar in een bearmarkt zitten,
hebben obligaties een dertigjarige bullmarkt aardig de
rug.
Het rendement op obligaties is -
afhankelijk van waar je naar kijkt - richting historische
dieptepunten gezakt. De niveaus zijn zo laag dat u zich serieus
moet afvragen of u voor de komende tien tot twintig jaar nog wel in
obligaties wilt zitten. Tenzij u een periode van deflatie verwacht,
een Japan-scenario.
Vele analisten hebben al diverse
vergelijkingen tussen aandelen en obligaties gemaakt. Dit jaar is
er $170 miljard extra toestroom van gelden naar obligatiefondsen
gegaan, terwijl er $35 miljard uit aandelenfondsen is ontrokken.
Obligaties die geplaatst worden door bedrijven en overheden worden
momenteel meestal in een oogwenk geplaatst.
IBM was recent in staat met gemak $1,5
miljard op te halen met driejarig papier tegen een rente van
ongeveer 1%! Voorbeelden genoeg van deze ogenschijnlijke gekte op
de obligatiemarkten. Johnson & Johnson (J&J) zette recent
een tienjarige lening in de markt tegen een rendement van 2,95%!
Dat is minder dan de meeste tienjarige staatsleningen van de
ontwikkelde landen.
U kunt zich nu afvragen of die obligatie
van J&J wilt hebben of het aandeel, dat een dividendrendement
heeft van 3,7%. En als u meteen wilt tegenwerpen dat dividend veel
onzekerder is, moet u weten dat J&J een zeer solide en solvabel
bedrijf is, dat al 48 jaar achter elkaar haar dividend verhoogd
heeft.
Vervolgens zou u kunnen tegenwerpen dat
de aandelenkoers naar beneden kan. Maar daar zouden we weer tegenin
kunnen brengen dat deze ook omhoog kan. En dat ook de obligatie
tussentijds kan schommelen, als de rente gaat bewegen. J&J
staat niet alleen, er zijn meer voorbeelden, wellicht niet zo fraai
als J&J, maar vergelijkbaar, denk aan RDS.
Ik zeg niet dat u nu per sé aandelen
moet hebben - sterker nog, technisch is het klimaat nog instabiel
en september en oktober hebben ook geen al te beste reputatie -
maar als ik als langetermijnbelegger, zeg voor de komende tien tot
twintig jaar, moest kiezen tussen aandelen of obligaties van
bedrijven als J&J, dan wist ik het wel.
Er zijn grote beleggers die indirect op
basis van het argument van relatieve waardering aandelen aanbevelen
boven obligaties. Denk recent aan wat Warren Buffett zei. Hij heeft
nog niet zo lang geleden ook J&J-aandelen gekocht. Ook de
eerder genoemde Bill Miller schreef in de Financial Times van 31
augustus het volgende:
'US large capitalisation stocks
represent a once-in-a-lifetime opportunity in my opinion to buy the
best quality companies in the world at bargain prices. The last
time they were this cheap relative to bonds was 1951. I was one
year old then, but did not have sufficient sentience to invest. I
do now, and if you are reading this, so do you'.
Begin volgende week ga ik verder in op
de relatieve waardering van aandelen versus obligaties. Er zijn
namelijk meer historische parallellen te maken wat betreft de
vergelijking van het rendement van beide
assetcategorieën.