Angstindicatoren steeds minder angstig
Tijdens de grote dalingen op de beurs is regelmatig gesproken
over de zogenaamde angstindicatoren. Sinds de herfst van vorig jaar
wijzen die gelukkig op steeds meer rust.
In mijn columns heb ik diverse malen gewezen op de stand van
allerlei stressindicatoren. Dit zijn indicatoren die aanwijzingen
geven over hoeveel angst of stress er in de financiële markten zit.
Voor betere economische tijden is het belangrijk dat dergelijke
indicatoren wijzen op afnemende angst of stress.
De trend in de diverse veel aangehaalde stressmeters is eigenlijk
al vanaf eind vorig jaar naar beneden. Begin februari was mijn
conclusie in een van mijn columns al dat de 'roodstand' van diverse
stressindicatoren zodanig aan het afnemen was dat een 'teen in het
water van de financiële markten gerechtvaardigd was'. Zie mijn
column van 6 februari waarin ik ook wees op de technische uitbraak van China.
Ondertussen kunnen we concluderen dat de stressmeters de laatste
tijd nog minder in het rood zijn komen te staan. Ergo, de beurzen
komen steeds meer tot rust. En dat is belangrijk willen de
koersstijgingen die we bijvoorbeeld bij aandelen en
bedrijfsobligaties hebben gezien, zich kunnen voortzetten.
Laten we de belangrijkste indicatoren even op een rijtje zetten,
te beginnen met de VIX, de impliciete volatiliteit van de opties op
de aandelen uit de S&P500. Een volatiliteitsmaatstaf als de VIX
is een belangrijke indicatie over hoe onzeker marketmakers, een van
de beste geïnformeerde groepen in de financiële wereld, zijn over
de toekomst. De volatiliteit is de laatste maanden teruggezakt tot
onder het niveau van het moment waarop Lehman Brothers failliet
ging.

Een ander maatstaf is de TED-spread, het verschil tussen de
interbancaire rente (de rente die banken elkaar in rekening brengen
bij het lenen en uitlenen aan elkaar) en de rente op kortlopend
Amerikaans staatspapier. Het is een indicatie van hoe banken
onderling over elkaar denken. Hoe lager de spread, hoe meer
vertrouwen er is. De TED-spread is recent zelfs gezakt tot onder
het lage niveau van 2004.

Tot slot de spread tussen het rendement dat beleggers eisen op
bedrijfsleningen en het rendement op staatsleningen. Dit is een
indicatie hoe obligatiebeleggers denken over de risico's van
bedrijven.
Het verschil hiertussen kunnen we op talloze manieren
uitrekenen. Hieronder staat het verschil tussen het rendement op
leningen met een A-rating en 10-jaars Amerikaanse
staatsobligaties.

Ook hier zien we een gestaag afnemende spread. De spread is al
zodanig afgenomen dat veel analisten menen dat de gevaren bij het
beleggen in bedrijfsobligaties weer zijn toegenomen. Over dit
vraagstuk - zijn bedrijfsleningen nog wel interessant? -
schreef ik vorige maand een artikel in Beleggers Belangen.
Vanuit drie, doorgaans goed geïnformeerde groepen, de
marketmakers, de banken en de bedrijfsobligatiebeleggers, blijkt
dat de angst over de crisis steeds kleiner wordt. Dat is belangrijk
willen de financiële markten verder tot rust komen. De VIX en de
spreads tussen bedrijfsleningen en staatsobligaties wijzen - hoe
kan het eigenlijk ook anders - overigens nog niet helemaal op een
gezonde situatie. We zijn er dus nog niet, maar diverse partijen
zien gelukkig weer licht aan het eind van de tunnel.
Vandaag ook gepubliceerd op Beleggers
Belangen:
Pas op
voor de goudprijs
Harry Geels is directeur Research en partner bij INMAXXAin Naarden.
Daarnaast is hij uitvoerend hoofdredacteur van Technische en
Kwantitatieve Analyse (TKA). De informatie in deze opinie is niet
bedoeld als individueel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het
doen van bepaalde beleggingen. De standpunten en vooruitzichten van
Geels geven zijn mening weer in zijn hoedanigheid als directeur
Research.