Shell overtuigt niet
Royal Dutch Shell heeft weliswaar fors ingegrepen in de kosten,
maar dat was bij lange na niet voldoende om de winst op peil te
houden.
Op basis van geschatte actuele kosten en gecorrigeerd voor
incidentele posten is de nettowinst van Shell in het vierde
kwartaal van 2009 met een iets sterker dan voorziene 29% gedaald,
tot $2,8 mrd. Daarmee is de teruggang over het gehele jaar op 59%
gekomen.
Omgerekend tegen de gemiddelde euro-dollarkoers van €1,39
verdiende Shell vorig jaar €1,36 per aandeel. Hoewel de olieprijzen
in de loop van 2009 sterk herstelden van de ongekende val in de
tweede helft van 2008, lag het gemiddelde niveau toch nog ruim 40%
onder dat van een jaar eerder.
Shell werd ook getroffen door een algehele druk op de volumes en
de lagere gasprijzen en raffinagemarges. Stevige kosteningrepen
konden hiervoor slechts deels compensatie bieden.
Voorzichtigheid troef
De olieprijzen noteren ruim het dubbele van een jaar geleden. De
sterker aan de economische bedrijvigheid gerelateerde gasprijzen
zijn minder hard gestegen, maar het gaat toch nog altijd om
ongeveer 75%. Daar staat echter wel tegenover dat de
raffinagemarges verder zijn gedaald, door de zwakke vraag, in
combinatie met de hoge overcapaciteit. Omdat de economische
onzekerheid bovendien voortduurt, durft bestuursvoorzitter Peter
Voser geen concrete verwachting voor 2010 uit te spreken.
Zelf zien wij wel enige mogelijkheden voor winstherstel (tot
€1,50-1,70 per aandeel), deels ingegeven door extra besparingen. Zo
beoogt Shell het kostenniveau met nog eens minimaal $1 mrd terug te
dringen na de $2 mrd in 2009.
Met netto $29 mrd heeft Shell in het afgelopen jaar iets minder
geïnvesteerd dan eerder was voorzien. Niettemin is het binnen de
olie-industrie nog altijd ongekend en dat geldt ook voor het dit
jaar voorziene niveau van $28 mrd. Toch zal het Shell nog de nodige
moeite kosten aan de doelstelling van een productiegroei van 2-3%
in 2011-2012 te voldoen. In ieder geval zijn wij er niet van
overtuigd dat de strategische beslissing om de investeringen in
Canadese teerzanden terug te dringen, op korte termijn positief
gaat uitpakken.
Weliswaar betreffen het hier dure, kapitaalintensieve projecten,
maar goedkopere alternatieven liggen niet voor het oprapen. Zo
blijft winning in Nigeria lastig door de voortdurende aanvallen
door een rebellenbeweging. Daar staan wel onder meer
productieverhogingen in Irak en Brazilië tegenover.
Hoewel de schuldpositie in 2009 minder sterk steeg dan
aanvankelijk was gevreesd, heeft Shell het voornemen het dividend
over het eerste kwartaal van 2010 op $0,42 te handhaven (€0,31 bij
de huidige euro-dollarkoers van 1,37). De kans is daarmee klein dat
de winstuitkering volgend jaar hoger uitvalt dan dit jaar, wat
afwijkt van de traditie om minimaal een inflatiecorrectie door te
voeren. Dat is weliswaar een tegenvaller, maar levert bij de tot
€19,75 teruggevallen beurskoers nog altijd een dividendrendement
van 6,2% op.
Vanwege het tegenvallende kwartaalbericht en de moeilijke
situatie voor met name de raffinaderijen zien wij aanleiding het
advies voor de korte termijn tot 'houden' te verlagen. Daarentegen
handhaven wij ons koopadvies voor de lange termijn, enerzijds omdat
het neerwaartse risico mede door het aantrekkelijke
dividendrendement beperkt is. Daarnaast zal een geleidelijke
verbetering in de vraag-aanbodverhouding de olieprijs blijven
stuwen en hebben wij er nog altijd vertrouwen in dat Shell zijn
productiegroeiambities zal waarmaken.
Johan Wiering, 12 februari 2010
Shell